WANDELEN & PELGRIMEREN
 Jan en Marian van Mierlo  

VOETREIS NAAR ROME

 

Onderstaande tekst van Klaas van der Poel heeft ons geïnspireerd om de voorkeur te geven aan Rome i.p.v. Santiago de Compostella.

 

-------------------------------------------------------
Waarom naar Rome

 (bron Klaas van der Poel www.pelgrimswegen.nl)

 

 

 

Rome is een belangrijk centrum, misschien wel het centrum van West Europa en van de west-Europese beschaving. Met een historie van zo'n 2500 jaar, is Rome veel ouder dan Parijs, Londen, Amsterdam of welk ander Europees centrum ook. Een stad waar mensen uit heel Europa door de eeuwen naar heen en weer zijn getrokken: Romeinse legioenen, vreemde veroveraars, barbaren, kooplui, pelgrims, geleerden en toeristen. Ongeveer 1000 jaar is Rome de hoofdstad geweest van het Romeinse rijk, een stad die door de eeuwen heen groeide in grandeur en die ook nu nog monumenten uit die tijd bezit waaraan we ons vergapen. Vervolgens is de stad zo'n 1000 jaar het centrum geweest van de Christenheid, zetel van de pausen. Het bevat de graven van de apostelen Petrus en Paulus en van nog veel meer heiligen. Het bevat kerken, kloosters en relikwieën, meer dan enige andere stad. Geen wonder dat het door de eeuwen heen een magnetische aantrekkingskracht heeft gehad op pelgrims. Grote groepen mensen trokken er door de eeuwen heen naar toe, om boete te doen, om gunsten te vragen en om uiting te geven aan hun devotie. Ter onderscheiding droegen ze daarbij twee gekruiste sleutels, het teken van Sint Pieter en het wapen van de paus. Verder moesten kerkelijke functionarissen (zoals Maarten Luther), ook wel eens in Rome zijn omdat dat nu eenmaal het bestuurlijke centrum van de kerk van Rome was. In de middeleeuwen vonden dat soort reizen plaats met de toen beschikbare middelen, dus soms te paard, maar meestal te voet.

Zo is de weg vanuit onze streken naar Rome innig verbonden geraakt met pelgrims: mensen die, gedreven door een vuur en een visie, te voet, de afstand naar Rome aflegden en vervolgens, vol goede voornemens, weer terugkeerden naar hun haardsteden in het kille Noorden. Hoeveel zijn het er geweest? Wie zal het weten. In de tijdspanne van zo'n 15 eeuwen echter zeker vele, vele miljoenen. Bijna zeker was er minstens een van je eigen voorouders bij. Die mensen gingen meestal op weg zonder kaart en zonder geld, vertrouwend op hun medemensen. Ze lieten langs hun pelgrimsweg heel wat sporen na die ook nu nog getuigen van hun idealen.